De wereld rond 1600
Leven in de Zuidelijke Nederlanden
Rond het jaar 1600 bestond België nog niet. De streek waarin onze familie haar oorsprong vindt, maakte deel uit van de Zuidelijke Nederlanden — een lappendeken van gebieden die voortdurend van heerser wisselden.
Voor de gewone bevolking betekende dit een leven in onzekerheid. Machtswissels volgden elkaar op, grenzen verschoven, en met elke nieuwe heer kwamen nieuwe wetten en belastingen.
Het dagelijks leven in Vlaanderen en Henegouwen rond 1600 werd volledig beheerst door oorlog en religie.
De Tachtigjarige Oorlog en later de Dertigjarige Oorlog maakten van de Zuidelijke Nederlanden een strijdtoneel. Dorpen werden geplunderd, oogsten vernield, mannen opgeroepen of gedwongen om soldaten te huisvesten. Belastingen stegen, voedsel werd schaars en epidemieën lagen altijd op de loer.
De katholieke kerk speelde een centrale rol in het leven van de mensen. Na de contrareformatie moest iedereen zich schikken naar het katholieke geloof. Doop, huwelijk en overlijden werden zorgvuldig genoteerd in parochieregisters — registers die vandaag, eeuwen later, de stille getuigen zijn van onze familiegeschiedenis.
De voeding was eenvoudig:
brood van rogge of gerst, pap, kool, prei, peulvruchten en af en toe vlees of vis. Bier was veiliger dan water. Aardappelen? Die waren er nog nauwelijks.
Het leven was hard, maar het ging door
In deze wereld ligt Dottenijs (Dottignies), vandaag een deelgemeente van Moeskroen. Het dorp bevond zich net ten zuiden van wat later de taalgrens zou worden.
Dottenijs was eeuwenlang een Vlaamssprekend dorp in Henegouwen, gelegen op een kruispunt van culturen, talen en invloeden. Het is hier dat de vroegste gekende leden van de familie Reys leefden.